Kanker immunotherapie is een doorbraak voor sommige kankers, maar niet voor allemaal. Onze groep probeert te begrijpen waarom het niet het geval is voor borstkanker.

Het immuunsysteem beschermt het menselijk lichaam tegen ziekten door het vernietigen van vreemde stoffen zoals bacteriën en virussen. T-cellen, een type witte bloedcellen, zijn de actieve componenten in dit proces, omdat ze vreemde cellen herkennen en vernietigen. T-cellen kunnen ook tumorcellen herkennen. Ongeveer dertig jaar geleden deden T. Boon en collega's van het de Duve-instituut en de Brusselse tak van het Ludwig-instituut een belangrijke ontdekking op dit gebied. Ze vonden dat er specifieke merkers (genoemd tumorantigenen) aanwezig zijn op het oppervlak van kankercellen, die herkend kunnen worden door T-cellen, die de tumorcellen vervolgens vernietigen. Dit werk heeft de weg gebaand voor klinische toepassingen van kankerimmunotherapie, waarbij gebruik wordt gemaakt van de tumorspecificiteit en het geheugen van deze T-cellen om specifieke en ongevaarlijke kankerbehandelingen te ontwikkelen.

In de afgelopen jaren is immunotherapie een nieuwe modaliteit van kankerbehandeling geworden. Opvallende resultaten zijn verkregen bij patiënten met geavanceerde metastatische kanker, behandeld met immunostimulerende antilichamen die de activiteit van anti-tumor T-cellen verbeteren. Veel oncologen beschouwen kankerimmunotherapie als de voorhoede van het oncologiegebied, omdat het klinische voordelen biedt aan patiënten met een verscheidenheid aan kankers. Ondanks de onbetwistbare klinische successen is de effectiviteit van de behandelingen nog steeds beperkt in veel gevallen. Ons onderzoek heeft tot doel om de mechanismen en beperkingen van door T-cel bemiddelde immuniteit tegen humane tumoren beter te begrijpen, om zo de klinische doeltreffendheid van kankerimmunotherapie te verbeteren.

Een lijn van ons onderzoek richt zich op de specificiteit en functionele eigenschappen van de T-cellen die wel aanwezig zijn in menselijke tumoren, maar niets lijken te doen. We hebben geconstateerd dat bij borstkanker er vaak geen antitumor T-cellen aanwezig zijn in de tumoren, wat in schril contrast staat ​​met wat we in melanomen hebben waargenomen. Het verklaart waarschijnlijk waarom immunostimulerende antilichamen geen significant klinisch voordeel hebben voor de meeste patiënten met borstkanker.

Een reden voor het gebrek aan antitumor-T-cellen bij borstkanker is de schaarste aan tumorantigenen in deze tumoren. In een tumor die veel antigenen bevatte, vonden we wel antitumor T-cellen, wat aangeeft dat tumor-specifieke T-cel responsen voorkomen tegen borstkanker wanneer de tumor antigeniciteit hoog is. We zullen de mogelijkheid onderzoeken dat antitumor-T-celresponsen zich in een vroeger stadium van borstkanker ontwikkelen, in de zogenaamde in situ carcinomen. Als we zulke responsen detecteren, zal immunotherapie voor borstkanker in een vroeg stadium dan moeten bestaan ​​uit immunisatie tegen tumorantigenen, gecombineerd met immunostimulerende antilichamen.

XXX

Complete list on PubMed
Pierre Coulie
Institut de Duve
Avenue Hippocrate 75 - B1.74.04
B-1200 Bruxelles
Tel:
+32 2 764 75 81
Fax:
+32 2 764 75 90
Secretary:
Ons Onderzoeksrapport van 2018 is beschikbaar ​"icone" Download